Piet Oudolf

Het Katern/Interview
English text (lees onderaan in het Nederlands)

International Design lover, culture addict, but not Dutch? Enjoy this foreigner-friendly excerpt of our main stories.

Fotografie Roberto Baldassare

‘A garden has to be worth the trouble in spring and summer, autumn and winter’
– Piet Oudolf

Garden designer Piet Oudolf combines two aspects in his work: that of designer/architect and that of plant fanatic. He receives students and academies in his own garden in Hummelo. And when foreign countries don’t come to him, he travels to them. For the opening of the second section of the High Line, New York’s elevated city park on a disused railway, for the temporary garden of the Serpentine Gallery in London or a lecture series in Chicago. The retrospective Landschap in Landschap, published by Terra, features 23 of the most significant projects Oudolf has created in the last several years. Initially in the Netherlands, but later increasingly abroad. The guiding thread of the book is size, from small (Hesmerg, Sneek, 350 m2) to large (Nantucket, 25,000 m2). Oudolf: ‘I started with modest private gardens. That evolved into large-scale projects in public space.’ Before he became fascinated with plants, Oudolf drifted from job to job ‘marking time, because I couldn’t find my way.’ When his father died he decided that the path laid out for him – a career in the hospitality industry – did not suit him. Working on a nursery farm brought him in contact with plants. ‘I felt it immediately: this is it!’ Many people confuse a love of rooting about in the soil with the design process of a garden architect, studying structures and planting schedules. ‘When I started in this field there were roughly two schools of thought in the Netherlands, the plant collectors and the more rational approach. I wanted to find a balance between that formalism and a casual, more natural approach to plants.’
Fotografie  Noel Kingsbury

‘It had to be more relaxed, more spontaneous, more associative. Perennials were used in a rather dull and predictable way. Although I wasn’t the only one to think so. Henk Gerritsen said a photographer once came to visit him in September. The man looked around twice and concluded, “Next year I have to come earlier. Nothing is in flower anymore!” When everything had beautifully gone to seed.’
‘A garden has to be worth the trouble in spring and summer, autumn and winter. Develop an eye not just for flowers, but also for seeds, plant skeletons, dead leaves. Brown is a colour too. Traditional gardening is not about looking; it’s about rules and directions. Study, experience and skill do play a role. You have to know when to prune; you have to know which plants belong in which soil.’
A collection of beautiful plants do not a beautiful garden make? ‘Sometimes it clashes. The nature of the plants is as essential as the soil, the architectural elements in a landscape. The context is very important: an urban backdrop of skyscrapers and the edge of a forest require different approaches.’ ‘In the beginning I was mostly fixated on the look, the picture. Until I finally realized that the ecological aspect is vital. Plants have to feel comfortable in the place you use them. Even if they are exotics we’ve imported.’
‘I try to make the best use of characteristics like colour, leaf shape, height, life cycle and the capacity for contrast or, on the contrary, for unison. To compose you have to work hierarchically: with plants that dominate and plants that submit. You have to create a community in which each individual plant feels comfortable.’
‘Of course I can enjoy the quality of classical gardens, but I cannot work like that myself. A garden is really reconstructed nature. So my approach appeals more to the imagination of architects, designers and visual artists than that of most gardeners.’
A building is delivered complete; a garden needs time. ‘Architects look for the tangible a lot; they want to see results right away. “What is it going to be?” they ask. If I force things somewhat I can produce a garden that’s ready immediately. There are plenty of plants available that perform instantly. But I prefer to stick to my own vernacular.’

Fotografie  Noel Kingsbury

‘A garden is change. You have something in mind, but you never know whether your expectations will be fulfilled. That ephemeral and temporary quality is attractive because you can make changes along the way. Although I am sometimes envious of a pile of bricks that will stand virtually for eternity. Maybe in 30 years my work will only be recorded in photographs. Sometimes you would like to preserve a project at its best, fix it in time.’ Really, you go back and forth between garden and landscape. ‘Besides the difference in scale, a garden usually has an enclosed quality. A landscape creates more freedom and openness. I like to show off elements of myself. In public space I reach more people than in a private garden. The majority of people want the same garden as their neighbours on either side. There is no greater pleasure than to inspire them with something whose existence they didn’t even suspect.’
‘The encounter with a garden or a landscape should conjure up something. Don’t forget that plants and trees appeal to a primal emotion. Ultimately it’s about great themes. About life and death, bloom and decay. A garden puts you face to face with the ticking away of time, with beauty and mortality. I don’t imitate nature; I try to create an image that is reminiscent of nature. Almost every human being can talk about a spectacular experience of nature. Everyone knows a place or a landscape so beautiful that you’d like to drown in it.’ www.oudolf.com
Interview Jack Meijers  Fotografie  Noel Kingsbury (gardens)


Fotografie  Noel Kingsbury

Nederlandse tekst

In zijn werk combineert Piet Oudolf twee karakters: die van vormgever/architect en die van plantenfreak. Pendelend tussen de Achterhoek en de rest van de wereld, want de Nederlandse tuinontwerper maakt internationaal furore. ‘Stoppen? Daar heb ik helemaal geen tijd voor.’

Piet Oudolf,
Tuinontwerper
Komt een Braziliaan in Hummelo. Dat klinkt als het intro van een mop, maar het is de realiteit. ‘We ontvangen hier geregeld buitenlandse studenten,’ zegt tuinontwerper Piet Oudolf (1944, Haarlem). En als het buitenland niet naar hem komt, reist hij er zelf naartoe. Voor de opening van het tweede deel van de High Line in New York, een verhoogd stadspark op een ongebruikte spoorlijn, voor de tijdelijke tuin van Serpentine Gallery in Londen of voor een lezingencyclus in Chicago. Wie per auto naar de Achterhoek gaat, belandt in een wirwar aan zigzaggende veldwegen. We vragen de weg aan een man in overall. Met een overtuigende Achterhoekse tongval brengt hij slecht nieuws. ‘Oudolf? Dan ben je te laat. Die kwekerij is dicht.’ Maar wij zijn hier niet voor de gewassen die echtgenote Anja Oudolf verkocht vanuit de kwekerij die in 2010 sloot. En die sluiting betekent al helemaal niet dat Piet Oudolf het rustiger aan wil doen. ‘Stoppen? Daar heb ik helemaal geen tijd voor. Ik heb op dit moment een stuk of acht plannen onder handen.’
In het bij uitgeverij Terra verschenen overzicht Landschap in Landschap is een selectie van de belangrijkste tuinprojecten opgenomen die Oudolf de afgelopen jaren realiseerde. Aanvankelijk in Nederland, maar daarna steeds vaker in het buitenland. Leidraad in het boek is het formaat, van klein (Sneek, 350 vierkante meter) tot groot (Nantucket, 25.000 vierkante meter). ‘Ik begon met bescheiden particuliere tuinen. Dat is geëvolueerd naar grootschalige projecten in de openbare ruimte.’ Voor hij zich in groen verdiepte, verdwaalde Oudolf in allerlei baantjes. ‘Tijdelijk oponthoud omdat ik mijn weg niet kon vinden.’ Toen zijn vader overleed besloot hij dat de uitgestippelde route – een loopbaan in de horeca – ongeschikt voor hem was. ‘Ik wist dat ik iets kon, maar ik wist niet wát. Dat ben ik toen gaan uitvinden.’ Door werk op een kwekerij   ‘ik kon nog geen aster van een geranium onderscheiden’ – kwam hij met planten in aanraking. ‘Ik voelde meteen: dit is het. Het ging niet eens om de planten. Die zag ik als gereedschap om mezelf mee uit te drukken. Gaandeweg werd dat een bezetenheid.’
Veel mensen verwarren liefde voor het gewroet in de aarde met het ontwerpproces van een tuinarchitect, studerend op structuren en beplantingsschema’s. ‘Toen ik in dit vak begon, had je in Nederland grofweg twee smaken. Je had de plantenverzamelaars en de zakelijkere benadering van Mien Ruys. Ik heb altijd waarde gehecht aan vormelijkheid, aan een duidelijke structuur die houvast biedt wanneer de vaste planten het ’s winters laten afweten. Ik wilde de balans vinden tussen dat formalisme en een losse, natuurlijke benadering van de planten.’
Uw tuin in Hummelo fungeerde als proeflaboratorium. ‘Het terrein was een verwaarloosde bende. Daar moest ik iets van maken. Het is een fantastische gewaarwording te merken dat je dat zelf kunt sturen.’
Een architect bouwt iets wat daarna in principe niet meer verandert. ‘Een tuin is verandering. Je hebt iets in je hoofd » en schept verwachtingen voor wat het moet worden. Maar je weet nooit of het ook wordt waargemaakt. Daarom is er altijd dat verlangen om het te zien groeien. Dat vluchtige en tijdelijke is aantrekkelijk omdat je fouten kunt herstellen, tussentijds kunt ingrijpen. Al ben ik wel eens jaloers op zo’n hoop stenen die er quasi voor de eeuwigheid ligt. Misschien is mijn werk over dertig jaar louter nog op foto’s te bewonderen. Soms zou je een project op z’n mooist willen bewaren, willen fixeren in de tijd.’
Op kleine schaal hebt u in het begin van uw loopbaan alles gedaan en meegemaakt. Zelf tekenen, zelf aanplanten, zelf onderhouden. Dat lijkt een voordeel. ‘Ik heb geleerd om samen te werken met landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en managers. Je zoekt kwaliteiten die complementair zijn aan wat je zelf te bieden hebt. Wanneer iedereen zich aan zijn rol houdt, kom je zelf nóg beter uit de verf.’
Eigenlijk pendelt u tussen tuin en landschap. ‘Dat is de schaal waarop je nog kunt aanvoelen waar je ongeveer staat. Bij hele grote projecten kan de esthetische kwaliteit van je aanpak verloren gaan.’
Een verzameling mooie planten maakt nog geen mooie tuin? ‘Zoals een bus vol mooie mensen geen enkele garantie biedt voor een geschikt gezelschap. Soms botst het. De aard van de beplanting is even wezenlijk als de ondergrond, de bouwkundige elementen in een landschap. Van groot belang is de context: een stadsdecor met wolkenkrabbers vraagt een andere aanpak dan een bosrand.’
Van die beplanting, de toepassing van alternatieve golvende grassen en winterharde planten hebt u uw specialiteit gemaakt. U brak met de traditie van de bonte kleurenwaaier in de doorsnee Hollandse border. ‘Je moet een gemeenschap creëren waarin elke afzonderlijke plant zich prettig voelt, waar de soorten elkaar niet wegdrukken.’
Terwijl u in 2000 de prestigieuze Britse Chelsea Flower Show won en in Engeland soms op straat wordt herkend, liet u de Engelse tuin na verloop van tijd los. ‘Natuurlijk kan ik genieten van de kwaliteit van klassieke tuinen maar dan wél als referentie. Zelf kan ik zo niet werken. Ik heb mijn eigen route uitgestippeld, steeds verder weg van het decoratieve aspect, op zoek naar natuurbeleving. Een tuin is eigenlijk geconstrueerde natuur. Daarom spreekt mijn benadering sterker tot de verbeelding van architecten, ontwerpers en beeldend kunstenaars dan die van de meeste hoveniers.’
Een gebouw wordt kant en klaar opgeleverd, een tuin heeft tijd nodig. ‘Architecten zoeken veel houvast, willen meteen resultaat zien. Wat wordt het?, vragen ze dan. Met wat geweld kan ik best een tuin maken die er meteen is. Er zijn genoeg planten te koop die meteen performen. Maar ik blijf liever trouw aan mijn eigen woordenboek.’
De Angelsaksische (tuin)cultuur had meteen een paar aansprekende etiketten klaarliggen. U werd the Godfather of New Wave Planting, the New Perennial Movement genoemd. ‘In het begin was het me toch vooral om het beeld, het plaatje te doen. Totdat het besef doordrong dat het ecologische aspect belangrijk is. Planten moeten zich prettig voelen op de plek waar je ze gebruikt. Ze moeten met elkaar uit de voeten kunnen. Ook al zijn het exoten die we hier naartoe hebben gehaald. In die tijd heb ik veel opgestoken van botanici. Hadden ze in een of ander Koreaans moeras weer een plant gevonden die het hier in Hummelo erg goed bleek te doen.’
U wilde breken met de regels en dogma’s die het vak van tuinontwerper te veel insnoerden. ‘Het moest ongedwongener, spontaner, associatiever. Het gebruik van vaste planten was tamelijk saai en voorspelbaar. Al was ik niet de enige die zo dacht, hoor. Henk Gerritsen en Rob Leopold waren wilder dan wild. Gerritsen vertelde dat hij in september een keer bezoek kreeg van een fotograaf. Hij keek twee keer rond en concludeerde: ‘Volgend jaar moet ik eerder komen. Er staat hier niets meer in bloei.’ Terwijl alles prachtig in het zaad stond.’
Jullie manier van kijken was veranderd? ‘Een tuin moet lente en zomer, herfst en winter de moeite waard zijn. Ontwikkel behalve oog voor bloemen oog voor zaden, skeletten, dode bladeren. Bruin is evengoed een kleur. Traditioneel tuinieren gaat niet over kijken, dat gaat over regels en voorschriften. Dat is tuinieren volgens de kalender.’
Die kalender is toch niet onbelangrijk? ‘Tuurlijk. Studie, ervaring en vakkundigheid spelen een rol. Je moet weten wanneer je snoeit, je moet weten welke plant op welke grond thuishoort.’ »

Fotografie  Noel Kingsbury

Geografisch gezien liggen de internationale projecten waarbij u bent betrokken vooral in noordelijke contreien: Duitsland, Engeland, Zweden, de Verenigde Staten. ‘Ik ken de omstandigheden in een mediterraan klimaat of in het Midden-Oosten onvoldoende. Dat vergt een andere manier van denken.’
Oudolf haalt een kaart tevoorschijn: een gecompliceerd beplantingsschema voor een van zijn nieuwe projecten. ‘Het lijkt ingewikkeld. Maar in mijn hoofd vorm ik die afkortingen en kleuren vliegensvlug om tot hun werkelijke verschijningsvorm. Ik zie de planten als het ware groeien.’
Wat u probeert neer te zetten heeft altijd te maken met verlangen. Verlangen waarnaar, eigenlijk? ‘Een beeld van schoonheid. Het gaat steeds meer om ideeën en concepten dan om het creëren van een gezellig hoekje. Je kunt het meer of minder dramatisch maken, onstuimig, sober of weelderig.’
Wat is het verschil tussen een tuin en een landschap? ‘Behalve het schaalverschil, heeft een tuin doorgaans een afgesloten karakter. Een landschap creëert meer vrijheid en openheid. Ik wil graag dingen van mezelf laten zien. In de publieke ruimte bereik ik meer mensen dan in een privétuin. Als je de drempel van ambtenarij en administratieve beslommeringen eenmaal gepasseerd bent, is dat wel aantrekkelijk. Het gros van de mensen wil dezelfde tuin als de buren links en de buren rechts. Geen groter genoegen dan ze te inspireren met iets dat ze nog nooit gezien hebben, waarvan ze het bestaan niet vermoedden.’
Wie New York bezoekt, mag The High Line niet overslaan. Intrigerend dat een stadspark dat tot in detail is doordacht, zo’n natuurlijke indruk maakt. Als een stuk natuur dat per ongeluk aan is komen waaien. ‘Dat was precies de bedoeling. Tegelijkertijd is het een oefening in loslaten. Je hebt een beeld in je hoofd, maar moet er niet van schrikken als dat onderweg verandert.’
Waarom belt een New Yorks bureau als James Corner Field Operations, verantwoordelijk voor het masterplan van The High Line, Piet Oudolf uit Hummelo? ‘Reputatie. Het concurrentieveld is niet echt groot.’
Kunst, natuur en tijd beschouwt u als drie hoofdbronnen voor uw creativiteit. ‘Het zelfvertrouwen is met de jaren gegroeid. Al speelt er altijd een vaag gevoel van twijfel doorheen. Ik weet nooit helemaal zeker of er uitkomt wat in mijn hoofd zit.’
De dagelijkse sores van de hobby-tuinier… ‘Houden mij niet bezig. Daarom moet het palet zo scherp mogelijk zijn: ik werk met materiaal dat een lang leven heeft, selecteer planten en grassen die elkaar niet in de weg zitten. Het ecologische aspect en de houdbaarheid van soorten is erg belangrijk. Als je een plant honderden keren in je handen heb gehad, weet je wat hij kan.’

Fotografie  Noel Kingsbury

Bestaan er slechte planten? ‘Je hebt goede en minder goede acteurs. Karakteristieken als kleur, bladvorm, hoogte, levenscyclus en hun vermogen om te contrasteren of juist te verbinden probeer ik optimaal te benutten. Wie componeert, moet hiërarchisch werken: met planten die de leiding nemen en planten die zich schikken’
U maakt onderscheid tussen vulplanten ofwel ruimtevullers die mooi bloeien en structuurplanten die een lang seizoen in vorm blijven. ‘Ik hanteer de verhouding 70% structuurplanten en 30% vulplanten als leidraad. Vroeger gebruikte ik die verdeling ook voor vaste planten en siergrassen, maar dat draai ik nu gerust om.’
Het echte handwerk van knippen, snoeien en bemesten komt er niet meer aan te pas? ‘Wanneer je er tijd voor hebt, is het ontspannend. Als je er geen tijd voor hebt is het werk. Ik heb maar zelden tijd.’
In stadsvernieuwingsprojecten groeit de waardering voor groen als component van stedelijke vernieuwing. Hoe drukker het leven in de grote stad, hoe groter de behoefte aan natuurbeleving? ‘Daar lijkt het op. De ontmoeting met een tuin of een landschap moet iets oproepen. Vergeet niet dat planten en bomen appelleren aan een oeremotie. Dat gaat dieper dan het verstand, raakt aan een mystieke ervaring. Uiteindelijk gaat het over grote thema’s. Over leven en dood, bloei en verval. Een tuin confronteert je met het wegtikken van de tijd, met schoonheid en vergankelijkheid. Ik imiteer de natuur niet, probeer een beeld te creëren dat aan natuur herinnert. Bijna ieder mens kan meepraten over een spectaculaire
natuurervaring. Iedereen kent wel een plek of landschap zo mooi, dat je erin zou willen verdrinken.’ www.oudolf.com
Interview Jack Meijers  Fotografie  Noel Kingsbury (tuinen)

1944 Geboren in Haarlem.
1976-1981 Tuinontwerpbureau in Haarlem.
1982-heden Tuinontwerpbureau in Hummelo.
2000 Best of Show Chelsea Flower Show Londen.
2002 Gold Veitch Memorial Medal van de Royal Horticultural Society .
2010 Award of Distinction Association of Professional Landscape Designers.
Privétuinen Onder meer Tuin Hesmerg Sneek, Tuin Oudolf Hummelo, Tuin Boon Oostzaan, Bury Court Bentley, Tuin Witteveen Rotterdam, Tuin Nantucket Island.
Publiekstuinen Onder meer Il Giardiono delle Vergini Venetië, Wisley Royal Horticultural Society Garden Woking (Engeland), Gräflicher Park Bad Driburg (Duitsland), The Battery New York, The High Line New York. Piet Oudolf schreef een aantal succesvolle tuinboeken die nog steeds leverbaar zijn, zoals Droomplanten, Ontwerpen met planten en Planten voor morgen (Uitgeverij Terra Lannoo). Vorig jaar verscheen Landschap in Landschap, een overzicht van de vijfentwintig belangrijke projecten (Terra Lannoo, € 39,99, ISBN 9789089892850).