Column Mr. Ivo

Column – Toon mij uw interieur en ik zeg wie u bent. Een gevleugelde uitdrukking die hout snijdt, weet Ivo Weyel. Tenzij kunstenaars zich met 
het interieur bemoeien. Want dan is niets wat het lijkt.

Je hebt bij ons de uitdrukking ‘Zeg mij wie uw vrienden zijn en ik zeg u wie u bent’. In Duitsland zeggen ze ‘Sage mir was du isst, und ich sage dir was du bist’, maar ik houd het bij ‘Toon mij uw interieur en ik zeg wie u bent’. Niks persoonlijker immers dan je eigen huis (mits niet ingericht door een allesoverheersende, trendzieke interieurarchitect). Elmgreen & Dragset vinden dat ook. 
Dit Scandinavische kunstenaarskoppel (ex-lovers Michael en Ingar) maakt interieurs die naadloos passen bij de bewoner. Sterker: ze maken interieurs voor bewoners die niet bestaan. Althans, voor bewoners die ze bij hun interieurs verzinnen. Of andersom. Dat doen ze geniaal, perfect tot in de kleinste details, met kamers vol meubels en troep, van aantekenboekjes tot prullen in de 
prullenmand, van kozijn tot voordeur. 
Het geheel bouwen ze als kunstinstallatie op internationale kunstbeurzen (Biënnale van Venetië) en in musea (V&A in Londen). Zo woont de mysterieuze architect 
Norman Swann in een huis waarin hij 
klassiek meubilair combineert met het 
modernisme uit de jaren zestig. Deze aan Cambridge afgestudeerde architect werkt momenteel aan een langverwacht boek (The Individual and the Collective) over de rol die architectuur speelt – of zou moeten spelen – in het (toekomstige) wereldbeeld. De verwachtingen daarvan zijn hooggespannen, niet in de laatste plaats doordat Swann het onderwerp filosofisch benadert, zoals hij zijn hele leven ook zijn eigen werk in ogenschouw nam. Veel van zijn ontwerpen en bouwplannen zijn daardoor nooit uitgevoerd: hij achtte – net als Plato – de idee hoger dan de werkelijkheid en botste daarmee niet zelden met de opdrachtgevers, die een veel pragmatischere aanpak eisten. 
Tijdens zijn werk werd hij gelauwerd en geprezen (en niet door de minsten, onder wie de architectuurcriticus Kenneth Bateman en éminence grise Colin St. John Wilson), maar ook verguisd vanwege zijn – door velen als dromerig en zwevend beschouwde – levenshouding. Wie door zijn huis loopt, voelt de passie van een gedreven man, 
maar ook zijn liefde voor kunst, muziek en literatuur. Een man van tegenstellingen: zijn woonvertrek is klassiek en netjes, zijn werkkamer chaotisch en rommelig.

ehi_pool01Illustratie Alex Eben Meyer

Hersenspinsel
Het is fascinerend door een interieur te 
lopen dat tegelijk zo echt is en tevens zo nep. Het huis bestaat niet, het is een hersenspinsel, net als de bewoner Norman Swann en zijn tot in de puntjes toegelichte en uitgewerkte leven. Op een gegeven moment liep ik me zelfs hevig op te winden toen ik Swanns ontwerp zag liggen op zijn bureau, anno 1985, voor een prachtig gebouw op Trafalgar Square, dat werd afgewezen door de toenmalige Londense stedenbouwkundige stadsarchitect. Hoe kon deze zo stom zijn zo een prachtig gebouw weg te stemmen! Om even later te bedenken dat dit allemaal niet heeft plaatsgevonden. Alles nep. Fake. Geniaal. Terwijl de discussie voortduurt over de vraag of design kunst is (nee dus), hebben we hier eindelijk een voorbeeld van interieurdesign te pakken dat daadwerkelijk kunst is. Immers Elmgreen & Dragset werkt autonoom en houdt geen rekening met gebruiksgemak of andere handenbinders, wat de twee meest voorname eisen zijn waaraan kunst moet voldoen. Daarbij zet hun werk aan tot denken en nieuwe inzichten, ontwricht het ons beeld van interieurs en het leven in het algemeen, wat ook twee zaken zijn die van moderne kunst tegenwoordig 
– meer dan de begrippen mooi of lelijk – worden verwacht. Hoe unheimisch was hun interieur niet op de Biënnale van Venetië, het woonhuis van een kunstverzamelaar, die zelf ondersteboven dood lag in zijn zwembad, en wel zo levensecht dat je hart ervan oversloeg.
__________________________________________________________________
Eens per maand neemt Ivo Weyel – lifestyle-journalist en globetrotter – een time-out om voor ons de toestand van designland te beschrijven.
Soms doopt hij zijn pen in 
honing, iets vaker diep in de azijn.
__________________________________________________________________