Column Maartje Wortel

ColumnJe hebt ontwerpers die een stoel er uit laten zien als een stoel. En je hebt ontwerpers die het oeridee van een stoel of lamp compleet loslaten. Van die laatste categorie raakt Maartje Wortel ietwat in de war.

Mensen houden van illusies. Dat moet ook wel, want vrijwel alles in het leven is een illusie. Dat bedoel ik verder niet somber of quasi-intellectueel, maar het is gewoon zo. Alles is immers een idee. Gelukkig vergeet je dat heel vaak. Je kijkt naar de kast en je ziet een kast, je denkt niet: ik zie een idee van een kast, of: deze kast is een idee. Behalve als je afgestudeerd bent op Plato misschien, maar dat zijn gelukkig maar heel weinig mensen, dus over het algemeen is voor velen van ons het dagelijks leven niet zo ingewikkeld. We zien de dingen die we zien en we stellen er verder geen vragen over. Ontwerpers zijn er om de alledaagse voorwerpen, spullen en dingen nét even iets anders te maken. Er een twist aan te geven, op welke manier dan ook. Ze spelen met ruimte, licht, materiaal, verhoudingen, zwaartekracht. Of ze maken gewoon een stoel, zonder poespas, zonder bijkomend verhaal. Ze maken een stoel zoals een stoel er uit hoort te zien, of laat ik zeggen: zoals wij denken dat een stoel eruit hoort te zien. En bij goede ontwerpers, die in staat zijn buitengewoon mooie stoelen te maken, denk je bij het zien van zo’n ontwerp plotseling toch, al is het in de uiterste hoek van je hersenen: goh, ja, dit is nou écht een stoel. En je ervaart de schoonheid en het geluk bij het kijken naar de stoel, alsof je naar een schilderij kijkt, of naar een geliefde die slaapt en het lijkt alsof je, al is het maar een fractie van een seconde, in de buurt van de waarheid bent geweest, bij de moeder van alle dingen, het oeridee. Ik weet dat ik wat ver ga in mijn gedachte-experiment, maar zo gek is het nog niet. Veel mensen moesten bijvoorbeeld huilen toen Steve Jobs, een van de oprichters van Apple, doodging. Het merk was voor die mensen hun religie, omdat de ontwerpen van Jobs voor hen het perfecte naderden. Misschien wel omdat Apple het dichtst in de buurt kwam bij hun idee van een laptop en een telefoon. Omdat de mensen precies kregen wat ze wilden, precies wat ze zelf ook al voor ogen zouden hebben wanneer ze een ontwerp zouden moeten maken, maar dan beter.

ehi_maartje01

Illustratie Alex Eben Meyer

Echte illusionisten
Er zijn ook ontwerpers die het zogenaamde oeridee loslaten en verschillende ideeën en beelden met elkaar combineren. Dat zijn de echte illusionisten. What you see is not what you get. Bij Moooi Gallery, de Amsterdamse winkel van ontwerper Marcel Wanders staat bij de ingang (jaja, in de gang) een groot zwart paard. Het paard is een lamp. Het hoofd van het beest is een lampenkap. Steeds als ik langs die winkel loop en dat paard zie ben ik even in de war, al weet ik dat het paard – of moet ik lamp zeggen? – daar staat. Ik kijk naar het paard en ik zie geen paard en ik zie ook geen lamp en ik denk: wat zie ik dan wel? En het stomme is dat ik het niet weet. Ik vraag me af hoe dat is voor de mensen die dat paard in hun huis hebben staan. Ik zou me steeds rot schrikken als ik na mijn werk thuiskwam, zoals je, wanneer je midden in de nacht wakker word en nog slaapdronken bent, een jas over een stoel zit hangen en zou zweren dat er iemand achter je bureau zit. Tijdens een vakantie in Yosemite Park in Amerika wist ik zeker dat er een beer in het stapelbed naast me lag te slapen. Ik dacht niet: waarom zou er een beer lekker rustig naast me in een bed gaan liggen? Ik zag wat ik zag en ik geloofde wat ik zag. De volgende dag bleek het mijn rugzak te zijn geweest. Maar die ochtend besefte ik wel des te meer dat de mogelijkheden van de geest onbegrensd zijn. En dat weten veel ontwerpers ook; er kan eindeloos met vormen, materiaal en ideeën geëxperimenteerd en gespeeld worden. Al heb ik liever een mooie stoel in huis dan een paard in de gang.

___________________________________________________________________
Mijn naam is Maartje Wortel. Ik ben 30 jaar. Voor mijn verhalenbundel ‘Dit is jouw huis’ won ik de Anton Wachterprijs en de Nieuw Prozaprijs. Eerder schreef ik columns voor NRC Next, Glamour en verschillende literaire tijdschriften.
Mijn 
romandebuut ‘Half mens’ verscheen in 2011.
_____________________________________________________
______________