Column Mr. Ivo

Column – Er was een tijd dat we ver uit de buurt bleven van water. Hoe ander is het nu. Wonen aan water is en vogue. Maar wat als het op is? 
Na ons de zondvloed, denkt Ivo Weyel.

Vroeger was alles anders. 
Toen hielden we niet van 
water. Toen droegen we geparfumeerde pruiken en dikke lagen kleren omdat we ons nooit wasten en woonden we zo ver mogelijk af van water omdat dat stonk door ronddrijvende poep en ratkadavers. En moet je nu eens kijken. Nu willen we niets liever dan nat worden en aan het water 
wonen. We leven in waterrijke tijden. Neem nou havens en docklands. Daar was het vroeger niet pluis en mocht je niet 
komen van je moeder. Daar waren ruige zeemanskroegen en dronkenmansgelag waar Jacques Brel over zong, en hoeren en getatoeëerd gespuis. ‘Direct aan de haven gelegen met prachtig uitzicht over het 
water’, staat in de advertentie van een 
bijna twee miljoen euro kostend penthouse in Amsterdam. Havens zijn nu chic en 
waterzicht kost de hoofdprijs. Nieuwe stadsgebieden all over the world, van 
Hamburg tot Kaapstad, van Amsterdam tot New York, liggen allemaal aan havens en oevers. Liefst te midden van oude meuk, van monumentale loodsen, pakhuizen en kranen buiten dienst, die van roestig en vervallen zijn gerestaureerd als waren ze historische kastelen. Wonen aan water moeten we. En ook cultureel doen.
In de laatste tien jaar is er geen concerthal, opera, filmhuis of museum gebouwd dat niet aan een haven ligt. In Hamburg bouwen ze in de nieuwbakken HafenCity de concerthal zelfs boven op een immense negentiende-eeuwse loods. Een concerthal trouwens die er zelf ook uitziet als water, gegolfd en van halfdoorzichtige stenen 
gemaakt die op water lijken. Was getekend Herzog & de Meuron, het bureau dat ook het Tate Modern in Londen ontwierp, dat ook aan een oever staat. De luxueuze brochures van de nieuwe havenappartementen in Hamburg pochen dat de stad waterrijker is dan Amsterdam en meer bruggen heeft (2.500 stuks) dan Amsterdam, Venetië en Londen samen. En alle appartementengebouwen hebben natuurlijk inpandige zwembaden. Hoe natter hoe beter.

Badkamers als balzalen
Al die nieuwe appartementen hebben badkamers zo groot als balzalen, met honderd verschillende manieren om drijfnat te 
worden. Douches van alle kanten, infinity- baden met overlopende badranden, stoomcabines, enfin, tot aan je poepgaatje toe, want geen luxueuze badkamer meer zonder een wc die rectaal water sproeit in de anus voor nog nattere hygiëne.
Op de meubelbeurs in Milaan toonde Philippe Starck (net onkruid is die man, niet te verdelgen; hoe vaak hij ook zelf uitroept nooit meer te zullen ontwerpen omdat design uit is, dat design niet deugt en slecht is voor het milieu, komt hij weer aanzetten met allerhande nieuw design) een doorzichtige kraan waarin je het water naar boven ziet komen, naar zijn zeggen erg milieuvriendelijk omdat je ziet hoeveel water je verbruikt en je daar dan op gaat 
letten. Lulkoek natuurlijk, want het is zo leuk om naar te kijken dat je juist geneigd bent dat ding lekker lang te laten lopen.
Wat als het water op is? Want dat voorspellen milieudeskundigen. Water wordt schaars, water wordt de voornaamste oorzaak van toekomstige oorlogen, voor water moeten we rap een alternatief vinden, net als we nu doen voor fossiele brandstoffen. Daarbij stijgt het zeepeil per minuut en 
lopen hele landsdelen over tig jaar onder, het westen van Nederland incluis, en dat gebeurt dus terwijl we verdrogen, want als we verzuipen valt er niks meer te drinken.
Voorlopig doen we alsof er niks aan 
de hand is. Ik ook. Ik heb een bad en meervoudige douchekoppen, ik woon aan het water en als het stil is en waait, klotst dat water tegen de kade en dat is een fijn 
geluid. Golven en klotsende watergeluiden zijn rustgevend. Daar slaap je lekker 
van in. Rustig gaan slapen, zei Colijn al, vlak voor de zondvloed kwam.

ehi_ivo01

Illustratie Alex Eben Meye

__________________________________________________________________
Eens per maand neemt Ivo Weyel – lifestyle-journalist en globetrotter – een time-out om voor ons de toestand van designland te beschrijven.
Soms doopt hij zijn pen in 
honing, iets vaker diep in de azijn.
__________________________________________________________________