18|05|2011 Amsterdam
De Deense ontwerper Finn Juhl (1912–1989) is in ons land helaas niet meer zo breed bekend. Dat is onterecht, zo blijkt wel uit de kleine expositie van meubelen die nu- tijdelijk- te zien zijn in de showroom van Danskina. Tentoongesteld op de prachtige kleden uit de eigen collectie van Danskina, met uitzicht op de wolken en water van het Oostelijk Havengebied, staan Juhl’s stoelen en banken bijna museaal te pronken. Ze zijn bijna grappig om te zien, maar nemen ook heel vanzelfsprekend hun plek in. Die dubbelzinnigheid zat ook wel een beetje in de maker zelf. Juhl was een goedlachse man met gevoel voor humor, zo valt af te lezen aan portretten in het boekje van One Collection, dat zijn meubels opnieuw uitgeeft. Omdat zijn vader hem verbood om kunstenaar te worden, volgde Juhl een opleiding tot architect. Hoewel hij die nooit helemaal afmaakte, kwam Juhl toch best goed terecht. Hij ging werken bij het bureau van Vilhelm Lauritzen, een vooraanstaande architect vanaf de jaren dertig. Al snel daarna opende Juhl zijn eigen studio in Kopenhagen en begon, in het verlengde van bouwopdrachten, ook de interieurs en meubelen erbij te tekenen.
pelican chair (1940)
Een van de eerste voorbeelden; de Pelican stoel, viel niet bijster goed bij de critici. Door de een werd de fautteuil vergeleken met een ‘vermoeide walrus’ en volgens de ander bezat deze ‘een esthetiek van het slechtste soort’. Waarschijnlijk kwam die kritiek voort uit de eigenzinnige en zelfstandige stijl die Juhl voor zichzelf gekozen had. Daarbij liet hij zich weinig gelegen liggen aan de Modernistische vormentaal die in de jaren veertig en vijftig steeds sterker in het Deense design en vogue werd en bij Arne Jacobsen, Poul Kjaerholm en Børge Mogensen volop de overhand kreeg. Omdat Juhl eigenlijk kunstenaar had willen worden, keek hij niet zozeer naar designtrends, maar liet hij zich inspireren door de beelden van Henry Moore, Barbare Hepworth en Hans Arp. De beeldende en tactiele kwaliteiten van zijn Sofa (1941) en Chieftain Chair (1949), zijn meest bekende meubel, zijn dan ook sculpturaal en monumentaal.
sofa (1941)
Toch werden Juhl’s meubelen helemaal niet bedacht om indruk te maken. Als de bezoeker wordt aangemoedigd ‘om toch vooral even plaats te nemen’ ervaart hij/zij de kalme, bijna lijfelijke omarming van Juhl’s design. Tijdloos en kalm. Een compliment voor het gevoel van kwaliteit die in de re-issue van deze bijzondere serie meubelen werd gestoken.
Chieftain Chair (1949)
t/m 30 mei MA-VRIJ 9-17 UUR
Danskina – Cruquiusweg 111m – 1019 AG Amsterdam
(tekst Toon Lauwen)